Participatiewet

Het uitgangspunt van de Participatiewet is dat iedere burger zelfstandig in zijn levensonderhoud moet kunnen voorzien. Kunt u dat niet of niet direct, dan krijgt ondersteuning bij het vinden van werk. Als u geen werk kunt vinden, zorgt de gemeente voor (tijdelijke) inkomensondersteuning.

Werk staat voorop

De Participatiewet is bedoeld om iedereen die kan werken, zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Werken maakt u zelfstandig en zorgt ervoor dat u kunt meedoen in de maatschappij. Als het door omstandigheden niet lukt een baan te vinden, kan de gemeente u helpen bij uw zoektocht. De wijze van ondersteuning hangt af van uw persoonlijke situatie.

Steun bij het zoeken naar werk

U kunt uw gemeente vragen om ondersteuning bij het vinden van werk. De gemeente bepaalt of zij ondersteuning nodig vindt en waaruit deze bestaat. Dat wordt per persoon bepaald. Zo levert de gemeente maatwerk aan u. Als de gemeente u iets aanbiedt, bent u verplicht om mee te werken. Dit geldt ook als u er zelf niet om vraagt, maar de gemeente vindt dat ondersteuning nodig is.

De gemeente kan verschillende middelen inzetten om terugkeer naar de arbeidsmarkt te bevorderen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Cursus solliciteren
  • Beroepsgerichte opleidingen
  • Taalcursus
  • Werkervaringsplaatsen

De gemeente kan u ook gesubsidieerd werk laten doen. Dat is werk waarbij uw werkgever een subsidie krijgt voor (een gedeelte van) de loonkosten.

De gemeente maakt eigen regels

De rijksoverheid heeft in de wet vastgelegd waaraan gemeenten zich moeten houden bij de uitvoering van de Participatiewet. Gemeenten zijn wel zelf verantwoordelijk. Ze kunnen zelf een aantal regels bepalen. Het kan dus voorkomen dat de uitvoering in de ene gemeente anders gebeurt dan in de andere gemeente. Daarbij kunt u denken aan de volgende zaken:

  • Re-integratie: de manier waarop mensen worden geholpen bij het vinden van werk
  • Handhaving: regels voor het voorkomen van misbruik
  • Bijzondere bijstand: mogelijkheden bij extra (bijzondere) kosten

Bijstand voor algemene bestaanskosten

Als u een inkomen heeft dat lager is dan het bijstandsniveau, heeft u misschien recht op een (aanvullende) bijstandsuitkering.

In de Participatiewet is geregeld dat u recht heeft op een uitkering als u zelf niet over de middelen beschikt om te kunnen voorzien in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Met middelen wordt vermogen en inkomen bedoeld.

Vermogen

Heeft u vermogen dat meer bedraagt dan een vastgesteld bedrag, dan moet u eerst “interen” op dat meerdere vermogen. Is uw vermogen lager, dan heeft u in principe recht op een uitkering.

Als uw vermogen (deels) uit een eigen huis bestaat, gelden hogere vrijlatingen en afzonderlijke bepalingen. U krijgt bijvoorbeeld wel bijstandsverlening, maar soms bestaat dat uit een lening die later door u moet worden terugbetaald. Bijvoorbeeld bij de verkoop van uw woning of als u hogere inkomsten heeft.

Inkomen

Staat uw vermogen bijstandsverlening niet in de weg? Dan wordt gekeken naar uw inkomen. Heeft u een inkomen dat lager is dan het minimum, dan kunt u ook recht hebben op een aanvulling.

U heeft bijvoorbeeld recht op een uitkering als uw inkomen is gedaald omdat:

  • U geheel of gedeeltelijk werkloos bent geworden
  • U door echtscheiding geen of te weinig inkomsten hebt
  • U een uitkering ontvangt die minder bedraagt dan het minimum

Zelfstandigen

Ook voor zelfstandigen met onvoldoende inkomen bestaan mogelijkheden voor een aanvulling op het inkomen. Hiervoor gelden andere bedragen dan voor niet-zelfstandigen.

Startende zelfstandigen kunnen onder bepaalde voorwaarden financieel worden ondersteund. Voor zelfstandigen vanaf 55 jaar zijn er speciale regelingen.

Meer informatie?

Voor meer informatie over bijstand voor levensonderhoud kunt u contact opnemen met Werkplein de Kempen. Voor informatie over zelfstandigen kunt u terecht bij ISD de Kempen.